Over Fleur van Schaik

Fleur van Schaik (1967), geboren en getogen in Den Haag, maar tegenwoordig woonachtig in Zoetermeer. Als journalist werkte ik o.a. als freelancer voor de Haagse Courant, als redacteur bij het tijdschrift Mainline. Momenteel ben ik bezig met een boek over over prostitutie, loverboyrelaties en BDSM-relaties. Daarna hoop ik deze kennis wetenschappelijk te maken en hoop ik in de toekomst hierop te promoveren.

De onderstaande pijlers zeggen veel over mij:

  1. Observeren
  2. Signaleren
  3. Analyseren
  4. Informeren

Het lag niet voor de hand dat ik journalistiek zou studeren. Na het basisonderwijs moest ik naar de huishoudschool, want meer zat er voor mij niet in. Althans, dat dacht men. Het studeren lag überhaupt niet voor de hand en met een niet-afgemaakte huishoudschool kom je niet ver in deze maatschappij. Het vooruitzicht dat ik tot aan mijn pensioen in de horeca, in winkels of simpel kantoorwerk moest doen, maakte mij doodongelukkig en ik was dan ook met regelmaat overspannen. Ik was dertig jaar toen ik uiteindelijk werd afgekeurd en bood mogelijkheden om weer terug naar school te gaan. Mijn droom ging in vervulling. Ik ging studeren.

In 1997 stapte ik met zes vakken in het examenjaar havo en daarna volgde het vwo. Vervolgens ging ik door naar de Fontys Hogeschool voor Journalistiek in Tilburg. Aanvankelijk wilde ik parlementair verslaggever worden. Het is nooit mijn intentie geweest om over prostitutie te schrijven. Prostitutie was destijds niets anders dan een persoonlijke interesse en fascinatie. Door de enorme toename aan berichtgeving en het verschil tussen de rauwe werkelijkheid en het geromantiseerde beeld dat de media schetst, besloot ik vlak voor mijn eindexamen op het onderwerp: Loverboys als Mediahype af te studeren. In 2007 – een week voor mijn 40e verjaardag – haalde ik mijn hbo-diploma journalistiek. Nu wil ik promoveren op het onderwerp: prostitutie en SM. Mocht mij dat lukken dan ben ik het levende bewijs dat de Cito-toets en een oordeel van een leerkracht niet alleszeggend is.

Een lange tijd heb ik gedacht dat theater mijn roeping was en ik wilde aanvankelijk naar de toneelschool. Toen ik merkte dat het zo goed als onmogelijk was vanwege mijn leeftijd en ik mij nog maar bij één school kon aanmelden, opperde mijn schooldecaan van het vwo dat journalistiek voor mij een goede tweede keuze zou zijn. Ik had daar nog nooit over nagedacht, maar na een bezoek aan de open dagen wist ik het zeker: ‘dit is wat ik wil’.

Tijdens mijn stage bij de Haagsche Courant, had ik voor het eerst in mijn leven het gevoel van ‘thuiskomen’ in mijn werk. Via deze stage kwam ik er ook achter dat ik mogelijk dyslectisch was. Het was een collega-journalist, die zelf dyslectisch is, die dit opperde. Uit het onderzoek dat ik na mijn studie liet doen, bleek dat ik in ernstige mate dyslectisch ben. In de vroege jaren zeventig had de term ‘dyslexie’ nog lang niet zo bekendheid als nu. Achteraf is het te verklaren dat ik naar de huishoudschool ben gestuurd; als je in die tijd niet mee kon komen met lezen of schrijven werd je als ‘dom’ bestempeld. Dat komt tegenwoordig niet meer voor. Uiteindelijk ben ik er toch wel gekomen. Ik heb alleen door het ontbreken van kennis over dyslexie een veel langere weg moeten afleggen.